De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara, vroeger ook wel Lacerta vivipara genoemd) is een van de weinige reptielsoorten in Nederland die geen eieren legt, maar levende jongen ter wereld brengt. Deze kleine hagedis wordt maximaal 18 cm lang en is daarmee een compacte maar opvallende verschijning in de Nederlandse natuur.
Wat deze soort echt onderscheidt, is zijn voortplantingsstrategie. Terwijl de meeste hagedissen eieren afzetten in de grond en de warmte van de zon het broedwerk laten doen, draagt het vrouwtje van de levendbarende hagedis de jongen in haar buik mee. Zo kan ze zelf bepalen hoe warm de embryo’s zijn door te zonnen of schaduw op te zoeken. Dat is een groot voordeel in koelere klimaten, zoals de Nederlandse heidevelden en veengebieden.
Uiterlijk en formaat
De levendbarende hagedis is een relatief kleine soort. De maximale totale lengte bedraagt 18 cm, waarbij de staart een groot deel van die lengte inneemt. Mannetjes en vrouwtjes zijn te onderscheiden aan hun buikkleur. Mannetjes hebben vaak een felgekleurd oranje tot roodachtige buik met donkere vlekjes. Vrouwtjes hebben een meer gele of geelwitte buik, soms bijna room van kleur. De rug is bruin tot grijsbruin, vaak met een donkere streep langs de ruggengraat en zijstrepen.
De schubben voelen ruw aan en de poten zijn kort maar krachtig. Net als andere hagedissen kan de levendbarende hagedis zijn staart afwerpen als verdedigingsmechanisme. Die staart groeit daarna gedeeltelijk terug, maar ziet er dan anders uit dan het origineel.
Leefgebied van de levendbarende hagedis
In Nederland vind je deze soort vooral op vochtige tot natte plekken: heidevelden, hoogveen, randen van vennen, boszomen en bermen met ruige vegetatie. Dat is opvallend, want de meeste andere Europese hagedissen zijn juist gebonden aan droge, zonnige plekken. De levendbarende hagedis heeft die droogte minder nodig omdat ze haar lichaamstemperatuur actief regelt door te zonnen op stenen, boomstronken of bosranden.
De soort is ook te vinden op hogere breedtegraden en grotere hoogtes dan vrijwel elke andere hagedissoort in Europa. In de Alpen komt ze voor tot ver boven de boomgrens. Dat bereik heeft alles te maken met het levend baren: eieren zouden op zulke koude plekken niet uitkomen.
Wat eet de levendbarende hagedis?
Het menu bestaat uit kleine ongewervelde dieren. Denk aan spinnen, insecten zoals sprinkhanen en vliegen, kleine slakjes en wormen. De hagedis jaagt actief: ze zoekt haar prooi op met ogen en tong, schiet er snel op af en slikt de prooi in zijn geheel door. Grotere prooien worden eerst tegen de grond geslagen om ze te bedwelmen.
Jonge hagedissen eten dezelfde soorten als volwassenen, maar dan kleiner van formaat. Ze zijn direct na de geboorte volledig zelfstandig en beginnen meteen met foerageren.
Voortplanting: levend baren in de praktijk
De paring vindt plaats in het voorjaar, kort na het einde van de winterslaap, meestal ergens in april of mei. Het vrouwtje is daarna zo’n twee tot drie maanden drachtig. In juli of augustus worden de jongen geboren, doorgaans drie tot elf stuks per worp. De jongen zitten bij de geboorte nog in een dunne vlies, dat ze zelf doorbreken.
Strikt genomen is “levendbarend” hier iets genuanceerder dan bij zoogdieren. De embryo’s ontwikkelen zich in dunne eivliezen in de buik van het moederdier, zonder echte placenta. Dit heet ovovivipaar. Het eindresultaat is echter hetzelfde: een volledig ontwikkeld jong dat direct de wereld in kan.
Niet alle populaties van Zootoca vivipara baren levend. In Zuid-Europa, met name in de Pyreneeën en Noord-Spanje, legt een deel van de populaties wél eieren. Dat zijn overgangspopulaties die laten zien hoe de overgang van eierleggend naar levendbarend in de evolutie er mogelijk uitzag.
Status en bescherming in Nederland
De levendbarende hagedis is in Nederland beschermd onder de Wet natuurbescherming. Je mag de dieren niet vangen, verwonden of doden, en hun leefgebied mag niet worden verstoord. RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) monitort de stand van de soort en verzamelt waarnemingen van vrijwilligers.
De soort staat in Nederland niet als bedreigd te boek, maar is wel gevoelig voor verlies van haar specifieke leefgebied. Verdroging van heidevelden en veengebieden, vergrassing en versnippering van natuur zijn de grootste bedreigingen. Goed beheer van heidevelden, zoals plaggen en maaien, helpt de soort aan geschikte plekken.
Levendbarende hagedis spotten: tips
- Ga op zoek in de ochtend, wanneer hagedissen opwarmen op zonnige plekken aan de rand van struweel of op houten paaltjes en stronken.
- Beweeg rustig en langzaam. Bij de minste trilling verdwijnen ze razendsnel in de vegetatie.
- Goede locaties zijn heidevelden op de Veluwe, in Drenthe en in Brabant, maar ook vochtige bosranden en spoordijken met ruige bermen.
- De beste maanden zijn april tot en met september. In de winter houden ze winterslaap onder mos, in holtes of onder boomwortels.
- Meld je waarneming via Waarneming.nl of RAVON. Die gegevens helpen bij het beschermen van de soort.
De levendbarende hagedis is klein maar opmerkelijk: een reptiel dat zich heeft aangepast aan kou en vocht op een manier die nauwelijks een andere Europese hagedis is gelukt. Wie geduldig zoekt op de juiste plek op een zonnige ochtend, maakt een goede kans dit dier te spotten. Meld je vondst, dan draag je direct bij aan het beschermen van deze bijzondere soort.





