Van kikkerdril tot kikker duurt ongeveer twaalf weken, afhankelijk van de temperatuur van het water. Wat begint als een klompje gelei met zwarte stipjes, groeit uit tot een volwassen kikker die zowel op het land als in het water leeft. Het is een van de meest complete gedaantewisselingen in de natuur.
Wat is kikkerdril precies?
Kikkerdril is een drijvende massa eitjes die de vrouwelijke kikker in het vroege voorjaar afzet in een poel, sloot of vijver. Elk zwart puntje in de geleiachtige massa is één bevruchte eicel. De doorzichtige, ronde gelbol eromheen beschermt het eitje en absorbeert warmte van de zon. Die warmte versnelt de ontwikkeling.
Een gewone bruine kikker (de meest voorkomende soort in Nederland) legt in één keer honderden tot enkele duizenden eitjes tegelijk. Dat grote aantal is geen toeval: veel eitjes worden opgegeten door vissen, insecten of vogels, dus er moeten er genoeg zijn om de soort in stand te houden.
Stap voor stap: van kikkerdril tot kikker
De ontwikkeling verloopt in duidelijke fases. Hier is hoe het gaat:
- Week 1 tot 2: het eitje. Het zwarte stipje in de gelei deelt zich razendsnel. De cel groeit en neemt een gebogen vorm aan. Aan het einde van deze fase is al een kleine larve zichtbaar.
- Week 2 tot 3: de jonge kikkervisje. De larve breekt uit de geleilaag en hangt eerst stil aan waterplanten vast. Het heeft nog geen echte mond en ademt via uitwendige kieuwen die als kleine pluimpjes aan de kop zitten.
- Week 3 tot 6: het kikkervisje groeit. Het kikkervisje begint actief te zwemmen en te eten. Het vreet algen en dood plantmateriaal. De uitwendige kieuwen verdwijnen en worden inwendig. De staart wordt langer en de vorm wordt meer stroomlijnd.
- Week 6 tot 9: achterpoten verschijnen. Als eerste groeien er twee kleine achterpootjes aan de zijkant van de staartbasis. Het kikkervisje begint er steeds meer uit te zien als een klein diertje met een staart.
- Week 9 tot 11: voorpoten doorbreken. De voorpoten zijn al eerder aangelegd, maar groeien binnenin. Op een gegeven moment doorbreken ze het huidje en zijn ze zichtbaar. De longen zijn nu al in gebruik en het kikkervisje komt regelmatig naar het wateroppervlak voor lucht.
- Week 11 tot 12: de staart verdwijnt. Het lichaam absorbeert de staart langzaam van binnenuit. Dit levert energie op voor de jonge kikker. De kieuwademhaling stopt volledig. De kleine kikker is nu gereed om het water te verlaten.
Wat heeft een kikkervisje nodig om te overleven?
Kikkervisjes zijn gevoelig voor waterkwaliteit. Schoon, stilstaand of langzaam stromend water met waterplanten is ideaal. Ze hebben plantaardig voedsel nodig en later, naarmate ze groter worden, ook wel kleine waterdiertjes. Te koud water vertraagt de ontwikkeling sterk. Bij een watertemperatuur onder de 10 graden gaat de groei bijna stilstaan.
Predatie is een groot risico. Vissen eten kikkervisjes graag op, net als eenden en watersalamanders. Poelen zonder vissen zijn daarom de beste plekken om kikkerdril te vinden en kikkervisjes groot te zien worden.
Wanneer en waar vind je kikkerdril?
In Nederland verschijnt kikkerdril meestal tussen februari en april, zodra de nachten niet meer bitter koud zijn. Kijk in ondiepe, zonnige poelen, vijvers en sloten met waterplanten langs de oevers. Bossen met vijvers zijn goede zoekplekken, maar ook stadsparken met water herbergen vaak kikkerdril.
De kikkerdril drijft aan het oppervlak in grote klonten. Je herkent het meteen: die kenmerkende geleibol met zwarte stipjes is onverwisselbaar. Paddeneitjes zien er anders uit, die zijn in snoeren gelegd in plaats van in klompen.
Waarom is de kikker bijzonder?
Kikkers zijn zogenoemde amfibieën. Ze kunnen zowel in het water als op het land leven en ademen via longen én via hun huid. Die huid moet altijd vochtig blijven, want droge huid werkt niet als ademhalingsorgaan. Dat maakt kikkers ook gevoelig voor pesticiden en uitdroging, wat ze tot een goede graadmeter maakt voor de gezondheid van een waterrijke omgeving.
De volledige gedaantewisseling van kikkerdril tot kikker, ook wel metamorfose genoemd, is een van de meest uitgesproken voorbeelden van deze transformatie in het dierenrijk. Een dier verandert letterlijk van een waterdiertje met kieuwen en staart in een vierpotiger die op het land jaagt en springt.
Zie je in het voorjaar een poel vol kikkerdril, dan is dat een goed teken. Het betekent dat de waterkwaliteit en de omgeving goed genoeg zijn voor kikkers om zich voort te planten. Met een beetje geduld en regelmatig kijken zie je het hele proces van kikkerdril tot kikker met eigen ogen.





