Slangen zijn fascinerende dieren vol verrassende eigenschappen. Ze horen geen geluiden via oren, voelen trillingen via hun kaak, en kunnen prooien slikken die vele malen groter zijn dan hun hoofd. Of je nu nieuwsgierig bent geworden door een slang in de dierentuin of gewoon meer wilt weten: deze slang weetjes laten zien hoe bijzonder deze reptielen werkelijk zijn.
Slangen horen niet, ze voelen
Slangen hebben geen uitwendige oren. Ze kunnen dus niet horen zoals mensen of andere dieren dat doen. In plaats daarvan pikken ze trillingen op via hun kaakbeen. Dat kaakbeen staat in contact met de grond of het oppervlak waarop ze liggen, en stuurt die trillingen door naar het binnenoor. Zo “horen” een slang of er iets nadert, ook al maakt dat nauwelijks geluid. Dit verklaart ook waarom een slang in een slangenshow nooit echt op de muziek reageert, maar op de bewegingen van de charmeur.
Die gespleten tong is geen toeval
De gespleten tong van een slang is één van de meest herkenbare slang weetjes. Slangen steken hun tong snel in en uit om geurdeeltjes uit de lucht op te vangen. Die twee punten van de tong leveren tegelijk informatie van twee kanten op, waardoor de slang precies kan bepalen uit welke richting een geur komt. De geurdeeltjes worden daarna doorgegeven aan een speciaal orgaan in het verhemelte: het Jacobson-orgaan. Zo kunnen slangen prooien, gevaar en partners opsporen zonder ook maar iets te zien.
Kaken die bijna grenzeloos opengaan
Slangen kunnen hun kaken enorm ver openzetten. Dat komt doordat de twee helften van de onderkaak niet vastzitten aan elkaar, maar verbonden zijn door een elastisch ligament. Hierdoor kan een slang een prooi slikken die veel groter is dan zijn eigen kop. Een koningspython kan bijvoorbeeld een heel konijn naar binnen werken. Na zo’n grote maaltijd heeft een slang soms weken of zelfs maanden geen eten nodig.
Schubben, huid en vervelling
Het lichaam van een slang is volledig bedekt met schubben. Die schubben zijn geen losse stukjes, maar onderdelen van de huid zelf. Ze beschermen de slang en helpen bij het voortbewegen: de buikschubben grijpen zich vast aan het oppervlak. Regelmatig vervel een slang zijn huid. De oude huid laat los van kop tot staart, in één stuk. Jonge slangen vervellen vaker dan volwassen exemplaren, soms wel elke paar weken, omdat ze sneller groeien.
Slangen ademen en verteren anders
De meeste slangen hebben maar één functionerende long, de rechter. De linkerlong is sterk verkleind of volledig afwezig. Dat lange, slanke lichaam laat simpelweg geen ruimte voor twee gelijkwaardige longen. Vertering is bij slangen ook een langzaam proces. Een grote maaltijd verwerken kan dagen tot weken duren. In die tijd verhoogt de slang zelfs zijn stofwisseling tijdelijk flink om de spijsvertering te ondersteunen.
Giftige versus niet-giftige slangen
Van de meer dan 3.700 bekende slangensoorten ter wereld is ongeveer een kwart giftig. Lang niet elke giftige slang is echter gevaarlijk voor mensen. Sommige soorten hebben alleen zwak gif dat bedoeld is om kleine prooien te verlammen. De gevaarlijkste slangen voor mensen zijn soorten zoals de inlandtaipan uit Australië, die het sterkste gifcocktail van alle landslangen heeft. In Nederland kom je in het wild één giftige slang tegen: de adder. Een beet van een adder is pijnlijk, maar zelden levensbedreigend voor gezonde volwassenen.
Voortplanting: eieren én levend jong
Niet alle slangen leggen eieren. Sommige soorten, zoals de adder, baren levende jongen. Dat heet levendbarend of ovovivipaar: de eieren ontwikkelen zich in het lichaam van de moeder en de jongen komen al uit het ei voor of vlak na de geboorte. Andere slangen, zoals de python, leggen juist eieren en rollen zich eromheen om ze warm te houden. Een vrouwelijke python kan haar spieren samentrekken om warmte op te wekken, een zeldzame eigenschap bij koudbloedige dieren.
Nog meer bijzondere slang weetjes op een rij
- Slangen zijn koudbloedig: ze regelen hun lichaamstemperatuur door te liggen in de zon of in de schaduw te kruipen.
- De vliegende paradijsslang uit Azië kan zichzelf platdrukken en van boom naar boom glijden over afstanden van soms meer dan tien meter.
- Slangen hebben geen oogleden. Ze slapen met open ogen, beschermd door een doorzichtig schubje over het oog.
- Sommige slangensoorten kunnen meer dan twintig jaar oud worden in gevangenschap.
- De kleinste bekende slangensoort, de Barbados-draadslang, is nauwelijks dikker dan een spaghettisliert en wordt slechts een paar centimeter lang.
- De anaconda uit Zuid-Amerika is de zwaarste slang ter wereld. Grote exemplaren wegen naar schatting meer dan 200 kilogram.
- Slangen staan al meer dan 150 miljoen jaar op aarde, ouder dan veel andere bekende diergroepen.
Slangen zijn dieren die op het eerste gezicht misschien wat angstaanjagend ogen, maar bij nader inzien verrassend vernuftig in elkaar zitten. Van hun trillingsgevoel en geursysteem tot de manier waarop ze eten en ademen: elk detail in hun lichaam heeft een duidelijke functie. Wie een slang de volgende keer ziet, kijkt hopelijk met andere ogen.





