Kikker soorten in Nederland: welke soorten kom je hier tegen?

In Nederland leven meerdere kikkersoorten naast elkaar, elk met hun eigen uiterlijk, leefgebied en gedrag. De meest voorkomende soorten zijn de gewone bruine kikker, de bastaardkikker, de meerkikker en de poelkikker. Daarnaast telt Nederland ook een paar soorten padden, die biologisch gezien tot dezelfde diergroep behoren. Hieronder vind je een overzicht van alle inheemse kikkersoorten die je in Nederland kunt tegenkomen.

De kikkersoorten in Nederland op een rij

Nederland telt een beperkt maar gevarieerd aanbod aan kikkers. Ruwweg maak je onderscheid tussen twee groepen: de bruine kikkers en de groene kikkers. De bruine kikkers zijn de bekendste verschijning in tuinen en parken. De groene kikkers houden van open water en laten zich vooral horen door hun luid gekwaak.

  • Gewone bruine kikker (Rana temporaria)
  • Heikikker (Rana arvalis)
  • Poelkikker (Pelophylax lessonae)
  • Meerkikker (Pelophylax ridibundus)
  • Bastaardkikker (Pelophylax esculentus)

Padden vallen ook onder de kikkers in de volksmond, al zijn het aparte soorten. De meest bekende zijn de gewone pad (Bufo bufo) en de rugstreeppad (Epidalea calamita). Ze zijn herkenbaar aan hun wrattige huid en hun ploegersgang over de grond.

Gewone bruine kikker: de meest bekende soort

De gewone bruine kikker is verreweg de bekendste kikker in Nederland. Je herkent hem aan zijn bruinachtige of roodbruine kleur, zijn donkere vlekken en de duidelijke donkere streep achter het oog. Hij wordt gemiddeld 6 tot 9 centimeter groot. In het vroege voorjaar, vaak al in februari of maart, trekt hij in grote aantallen naar het water om te paren. Op dat moment hoor en zie je ze massaal bij vijvers en sloten.

De gewone bruine kikker leeft het grootste deel van het jaar op het land, in vochtige tuinen, bossen en weilanden. Hij eet insecten, wormen en slakken. Omdat hij veel overlast van slakken in de tuin voorkomt, wordt hij door veel tuiniers gewaardeerd.

Heikikker: de zeldzamere neef

De heikikker lijkt sterk op de gewone bruine kikker, maar is iets kleiner en heeft een spitsere snuit. Hij leeft bij voorkeur op vochtige heiden, in veengebieden en natte graslanden. In Nederland kom je hem vooral voor in Drenthe, de Veluwe en andere natuurgebieden met een meer open karakter. Tijdens de paartijd kleuren de mannetjes opvallend blauwachtig van kleur, wat ze onderscheidt van de gewone bruine kikker.

De heikikker staat in Nederland op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Zijn leefgebied is de afgelopen decennia sterk afgenomen door ontwatering, bemesting en het dichtgroeien van heidevelden.

De groene kikkers: poelkikker, meerkikker en bastaardkikker

De groene kikkers vormen een eigen groep en zijn in Nederland vertegenwoordigd met drie soorten. Ze leven bij voorkeur in en rond open water en zijn veel luidruchtiger dan de bruine kikkers. Hun luid, schaterend gekwaak is een bekend zomergeluid bij sloten, vijvers en meren.

De poelkikker is de kleinste van de drie, met een lengte van 5 tot 8 centimeter. Hij heeft een heldere groene kleur, vaak met een lichtgele streep over de rug. Hij leeft in kleinere, ondiepe wateren in het binnenland en is plaatselijk niet zeldzaam, maar kwetsbaar door habitatverlies.

De meerkikker is de grootste groene kikker in Nederland en kan wel 15 centimeter worden. Hij houdt van grote, open wateren zoals meren, plassen en brede sloten. De meerkikker is ook afkomstig uit Oost-Europa en heeft zich via uitzettingen in Nederland verspreid. Hij is robuuster en agressiever dan de andere groene kikkers en verdringt soms de inheemse soorten.

De bastaardkikker is een hybride soort die is ontstaan uit een kruising van de poelkikker en de meerkikker. Dat maakt hem biologisch gezien bijzonder: hij kan zich alleen voortplanten als een van de ouderdieren aanwezig is. De bastaardkikker is in Nederland waarschijnlijk de meest voorkomende groene kikker, maar omdat hij zo sterk op de andere twee lijkt, is hij lastig te herkennen zonder nader onderzoek.

Gewone pad en rugstreeppad: de padden van Nederland

Hoewel padden geen kikkers zijn in de strikte zin, worden ze in de volksmond vaak in één adem genoemd. De gewone pad is de dikste en bruinste van de twee. Hij heeft een droge, wrattige huid en beweegt zich traag voort over de grond. Elke lente trekt hij in grote aantallen naar zijn voortplantingswater, soms kilometers ver. Op drukke wegen leidt dit tot massale slachtingen, en daarom worden op veel plekken in Nederland vrijwilligers ingezet om padden veilig over te steken.

De rugstreeppad is kleiner, slanker en herkenbaar aan de gele of witte streep over zijn rug. Hij houdt van open, zandige gebieden zoals duinen en stuifzanden. Zijn roep klinkt als een kort, schril gepiep. De rugstreeppad staat op de rode lijst en is in Nederland wettelijk beschermd.

Hoe herken je de verschillende soorten?

SoortKleurGrootteLeefgebied
Gewone bruine kikkerBruin, roodbruin6-9 cmTuin, bos, weiland
HeikikkerBruin, mannetje blauw in paartijd5-7 cmHeide, veen, natte graslanden
PoelkikkerGroen met gele rugstreep5-8 cmKleine, ondiepe vijvers
MeerkikkerGroen, bruingroenTot 15 cmGrote plassen, meren
BastaardkikkerGroen, op meerkikker lijkend7-11 cmSloten, vijvers, plassen
Gewone padBruin, grijsbruin6-12 cmTuinen, bos, parken
RugstreeppadBruin met gele streep4-8 cmDuinen, zandgronden

Zijn alle kikkersoorten in Nederland beschermd?

Alle inheemse kikkers en padden in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het is verboden om ze te vangen, doden of hun leefgebied te verstoren. Voor de heikikker en de rugstreeppad geldt een extra zwaar beschermingsregime, omdat deze soorten sterk achteruitgaan. Als je in je tuin of bij bouwwerkzaamheden kikkers tegenkomt, is het goed om dit te melden bij een provinciale ecoloog of te overleggen met een natuurorganisatie zoals RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland), de officiële kennisorganisatie voor amfibieën in Nederland.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *