Gifslang: hoe het gif werkt en wat het in je lichaam doet

Een gifslang produceert gif om prooi te verlammen of te doden, en soms om zich te verdedigen. Slangengif is geen enkelvoudige stof, maar een complex mengsel van eiwitten, enzymen en andere biologisch actieve stoffen in een waterige vloeistof. Elk onderdeel van dat mengsel heeft een eigen werking in het lichaam van het slachtoffer.

Wat is gifslangengif precies?

Slangengif wordt aangemaakt in gespecialiseerde speekselklieren, die bij gifslangen zijn omgevormd tot gifklieren. Het gif wordt opgeslagen totdat de slang het via holle of gegroefte tanden inspuit. De samenstelling verschilt per soort, maar in de kern gaat het altijd om een waterige vloeistof vol eiwitten die lichaamscellen of zenuwsignalen aantasten.

Gifslangen worden ingedeeld op basis van het type gif dat ze produceren. De twee belangrijkste categorieën zijn neurotoxisch gif en cytotoxisch (of hemotoxisch) gif. Sommige soorten produceren een combinatie van beide.

Neurotoxisch gif: aanval op het zenuwstelsel

Neurotoxisch gif, zoals dat van cobra’s en mamba’s, tast het zenuwstelsel aan. De toxines blokkeren de signaaloverdracht tussen zenuwen en spieren. Dat leidt tot verlammingsverschijnselen: hangende oogleden, moeite met slikken, zwakte in de ledematen en uiteindelijk ademhalingsstilstand. Bij een bijt van een zwarte mamba of een mamba treedt dit proces snel op, soms binnen uren.

Alpha-bungarotoxine is een bekend voorbeeld van zo’n neurotoxine. Het bindt zich aan de receptoren in de spiercel die normaal reageren op acetylcholine, de stof die een spier opdracht geeft samen te trekken. Doordat de receptor geblokkeerd is, kan de spier niet meer reageren, ook al stuurt het zenuwstelsel nog signalen.

Hemotoxisch en cytotoxisch gif: aanval op bloed en weefsel

Hemotoxisch gif, zoals bij veel addersoorten en rattlesnakes, richt zich op het bloed en de bloedvaten. Het verstoort de bloedstolling, zodat het bloed niet meer kan stollen of juist overmatig stolt. Dat veroorzaakt inwendige bloedingen, orgaanschade en weefselafsterving rondom de beet.

Cytotoxisch gif gaat nog een stap verder en beschadigt cellen direct. De huid, spieren en onderliggend weefsel rond de beet kunnen afsterven, een proces dat necrose heet. Bij slangen als de gaboenadder of de spuwende cobra ziet het slachtoffer de bijtwond soms in korte tijd vergroten doordat het omliggende weefsel wordt afgebroken door enzymen in het gif.

De enzymen in gifslangengif

Naast de toxines zitten er enzymen in slangengif die de verspreiding van het gif in het lichaam versnellen. Een bekende groep zijn de fosfolipasen, die celwanden afbreken. Hyaluronidase breekt hyaluronzuur af, een stof die cellen bijeenhoudt, waardoor het gif dieper en sneller het weefsel insiijpelt. Proteases breken eiwitten af en spelen een grote rol bij de weefselschade bij hemotoxisch gif.

Die enzymen zijn ook de reden waarom slangengif in de medische wereld bestudeerd wordt. Sommige stoffen uit slangengif worden gebruikt of onderzocht als basis voor medicijnen, bijvoorbeeld middelen tegen bloedstolsels of hoge bloeddruk.

Hoe gevaarlijk is het gif van een gifslang?

Dat hangt af van drie dingen: de soort slang, de hoeveelheid gif die is ingespoten en hoe snel behandeling plaatsvindt. Niet elke beet is een “volle” beet. Gifslangen doseren hun gif en injecteren soms weinig of geen gif bij een zogenoemde droge beet. Naar schatting is bij zo’n 20 tot 25 procent van de beten door gifslangen sprake van een droge beet (een veelgenoemde schatting in herpetologische literatuur, zonder hard vaststaand cijfer per soort).

De meest giftige slangen ter wereld op basis van de hoeveelheid gif die nodig is om een volwassene te doden, zijn soorten als de inlandse taipan (Australië) en de dubbelgestreepte krait (Azië). Toch sterven de meeste mensen niet door de “giftigste” soort, maar door de soort die het meest voorkomt op plekken waar mensen leven en werken, zoals de zaagschubbige adder in grote delen van Afrika en Azië.

Behandeling na een beet van een gifslang

De enige effectieve behandeling tegen slangengif is een antiserum, ook wel antivenine of antivenoom genoemd. Antivenoom wordt gemaakt door dieren (meestal paarden) bloot te stellen aan kleine, niet-dodelijke hoeveelheden gif, zodat ze antistoffen aanmaken. Die antistoffen worden gewonnen en gezuiverd tot een geneesmiddel.

Belangrijk is dat antivenoom soortspecifiek is: het werkt alleen tegen het gif van de slang waarvoor het is gemaakt, of tegen nauw verwante soorten. Snel handelen is ook van belang: hoe eerder het antivenoom wordt toegediend, hoe minder schade het gif kan aanrichten. Zelf het gif uitsnijden, uitzuigen of een tourniquet aanleggen wordt door medische organisaties afgeraden, omdat het de situatie verslechtert.

Slangengif is dus allesbehalve één simpele stof. Het is een verfijnd wapen dat door evolutie is ontwikkeld, en tegelijk een rijke bron van stoffen die de wetenschap nog lang zal bestuderen. Bij een beet van een gifslang geldt altijd hetzelfde advies: raak rustig, beweeg zo min mogelijk en zoek zo snel mogelijk medische hulp.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *