Dikkopje kikker: van eitje tot volwassen kikker uitgelegd

Een dikkopje is de larvefase van een kikker: het stadium tussen ei en volwassen kikker waarin het diertje er al uitziet als een visje met een grote kop en een staart. Bijna iedereen kent ze van de sloot, maar wat er allemaal gebeurt in die korte periode is verrassend complex. Hieronder lees je precies hoe een dikkopje kikker zich ontwikkelt, wat het eet en hoe je het verschil ziet met een dikkopje van een pad of salamander.

Wat is een dikkopje precies?

Een dikkopje (ook wel kikkervisje of larve genoemd) is de juveniele vorm van een kikker, pad of boomkikker. Het lijkt in niets op de volwassen kikker: het heeft geen poten, ademt via kieuwen en heeft een afgeplatte, stroomlijvormige staart waarmee het door het water zweeft. De naam zegt het al: de kop is groot in verhouding tot het lichaam. Die grote kop herbergt de kieuwen en een relatief groot maag-darmstelsel, want dikkopjes zijn vrijwel de hele dag aan het eten.

De meeste kikkersoorten in Nederland, zoals de gewone bruine kikker (Rana temporaria) en de groene kikker, leggen hun eieren in het vroege voorjaar. Na het uitkomen zijn de larven nog niet direct zelfstandig. Ze tere eerst op de resten van de dooierzak en hangen een paar dagen roerloos aan waterplanten vastgehecht, terwijl de inwendige organen verder rijpen.

De ontwikkeling van dikkopje kikker stap voor stap

De metamorfose van ei naar kikker verloopt in duidelijk herkenbare fases:

  • Eitje: Het vrouwtje legt klompen eieren (kikkerdril) in ondiep, stilstaand water. Elk eitje is omgeven door een geleiachtige laag die bescherming biedt en warmte vasthoudt.
  • Prolarve: Kort na het uitkomen heeft het diertje nog geen mond en beweegt het nauwelijks. Het hangt aan planten en leeft van de dooierrest.
  • Jong dikkopje: Na een dag of vijf tot zeven is de mond gevormd en begint het actief te eten. Het ademt via inwendige kieuwen en zweeft door het water met een kronkelende staartbeweging.
  • Groeiende larve: Het dikkopje groeit wekenlang, eet algen, bacteriĆ«n, dood organisch materiaal en soms aas. De achterpoten verschijnen als eerste, vaak als kleine knobbeltjes aan de basis van de staart.
  • Metamorfose: De voorpoten breken door (eerst door de huid aan de linkerkant, dan rechts), de staart wordt geleidelijk opgeslorpt, de longen nemen de ademhaling over en de kieuwen verdwijnen. Dit hele proces duurt bij de bruine kikker gemiddeld tien tot veertien weken, afhankelijk van watertemperatuur en voedselaanbod.
  • Jonge kikker: Het diertje verlaat het water met een kleine staartrest die in enkele dagen volledig verdwijnt. Het is nu een volwassen miniaturkikker van nog geen centimeter groot.

Wat eet een dikkopje?

Dikkopjes zijn overwegend herbivoren en algeters. Ze schrapen met hun kleine hoornmondjes algen van planten en stenen, filteren microscopisch kleine deeltjes uit het water en eten afgestorven plantenresten. Naarmate ze ouder worden, kunnen ze ook kleine waterbeestjes en zelfs kadavers van soortgenoten eten. Dat laatste klinkt wreed, maar het is een bekende overlevingsstrategie in voedselarme sloten.

In een aquarium of terrarium geef je dikkopjes het best een mix van gekookte sla, spinazie of brandnetelpoeder, aangevuld met een klein beetje visvoer voor de eiwitten. Voer in kleine hoeveelheden: restjes rotten snel en vervuilen het water.

Hoe herken je een dikkopje van een kikker, pad of salamander?

In de sloot zwemmen vaak dikkopjes van meerdere soorten door elkaar. Een paar praktische herkenningspunten:

  • Bruine kikker en pad: Kikkerdril ligt in klompen, paarddril ligt in snoeren. Dikkopjes van de bruine kikker zijn donker (bijna zwart) en leven in grote, dichte zwermen. Paddendikkopjes zijn kleiner en ook donkerbruin.
  • Groene kikker: De larven zijn groter en hebben een lichtere, meer olijfgroene tint. Ze leven solitairder dan die van de bruine kikker.
  • Salamander: Salamanderlarven lijken op dikkopjes maar hebben al direct bij het uitkomen kleine pootjes. Dat is het makkelijkste onderscheid: geen pootjes direct na het uitkomen betekent vrijwel zeker een kikker of pad.

Dikkopjes thuis houden: waar je op moet letten

Het is verleidelijk om een potje water vol dikkopjes mee naar huis te nemen, maar let op een paar dingen. Zorg voor een bak met minimaal tien liter water per tien dikkopjes, voldoende zuurstof (een klein luchtpompje helpt) en waterplanten waaraan ze kunnen hangen. Houd het water op kamertemperatuur en verschoon een derde van het water elke drie tot vier dagen zonder chloorwater te gebruiken. Laat kraanwater eerst een dag staan zodat het chloor verdampt.

Zodra de pootjes zichtbaar worden, moet je kleine landingsplaatsjes aanbrengen: de dikkopjes gaan dan lucht inademen en kunnen anders verdrinken. Zet ze na de metamorfose zo snel mogelijk terug op de plek waar je ze gevonden hebt. Kikkers zijn in Nederland beschermd; ze terugzetten in de natuur is niet alleen netjes maar ook wettelijk de juiste keuze.

Een dikkopje kikker is kortom veel meer dan een simpel visje in de sloot. In de paar weken van zijn larveperiode maakt het een van de meest ingrijpende gedaantewisselingen in het dierenrijk door, van een kieuwadem, staartgedreven larve tot een vierpoot die op het land kan leven. Als je die ontwikkeling van dichtbij wilt volgen, is een doorzichtige bak met slootwater een van de goedkoopste en leerzaamste ervaringen die de natuur te bieden heeft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *