Een giftige kikker is een kikker die via zijn huid schadelijke of dodelijke stoffen afscheidt. De bekendste giftige kikkers zijn de pijlgifkikkers, een groep kleurrijke soorten uit Midden- en Zuid-Amerika. Hun gif kan bij aanraking of inslikken ernstige gevolgen hebben, en bij de gevaarlijkste soort is zelfs een kleine hoeveelheid al genoeg om een mens te doden.
Hoe werkt het gif van een giftige kikker?
Giftige kikkers scheiden hun gif af via klieren in de huid. Ze spugen het niet en bijten het ook niet in, je hoeft een kikker dus alleen maar aan te raken om in contact te komen met de giftige stoffen. Het gif zit in de slijmlaag op hun huid en werkt pas als het via een wond, slijmvlies of het spijsverteringsstelsel in het lichaam komt.
De meeste giftige kikkers maken hun gif niet zelf aan. Ze halen het uit hun voedsel, zoals mieren, mijten en andere kleine insecten die zelf giftige stoffen bevatten. Pijlgifkikkers die in gevangenschap leven en ander voedsel krijgen, worden daardoor na verloop van tijd minder giftig of zelfs onschadelijk.
Het gif van pijlgifkikkers bestaat uit alkaloïden. Die stoffen verstoren de werking van zenuwen en spieren. Bij een hoge dosis kan dat leiden tot verlammingsverschijnselen, hartritmestoornissen en uiteindelijk de dood.
De gevaarlijkste giftige kikker ter wereld
De gevaarlijkste giftige kikker is de gouden pijlgifkikker, wetenschappelijk bekend als Phyllobates terribilis. Deze soort leeft in de regenwouden van Colombia en is felgeel of goudkleurig van kleur. Het gif van deze kikker heet batrachotoxine en is een van de sterkste dierlijke gifstoffen die bekend zijn. Een volwassen exemplaar draagt genoeg gif bij zich om naar schatting tientallen mensen te doden.
Inheemse volkeren in Colombia gebruikten het gif van deze soort, samen met dat van nauw verwante soorten, om de punten van blaasroerpijlen mee in te smeren. Vandaar de naam “pijlgifkikker”. Het was de meest efficiënte manier om jachtpijlen dodelijk te maken zonder chemische middelen.
Bekende soorten giftige kikkers
Pijlgifkikkers vormen een grote familie met veel verschillende soorten. Ze variëren sterk in giftigheid. Drie soorten worden het meest genoemd:
- Aardbeikikker (Oophaga pumilio): een kleine, felrode kikker met blauwe poten. Leeft in Midden-Amerika en is giftig, maar zelden dodelijk voor mensen.
- Bijengifkikker (Dendrobates leucomelas): herkenbaar aan zijn zwart-gele strepen, die doen denken aan een bij. Ook giftig, maar minder extreem dan Phyllobates terribilis.
- Gouden pijlgifkikker (Phyllobates terribilis): de giftigste van de drie en de gevaarlijkste kikker ter wereld.
Buiten de pijlgifkikkers zijn er ook andere kikkersoorten met giftige huidafscheidingen, zoals sommige soorten boomkikkers. Die zijn over het algemeen minder extreem giftig, maar toch niet onschadelijk bij aanraking.
Waarom zijn giftige kikkers zo kleurrijk?
De felle kleuren van giftige kikkers zijn geen toeval. Rood, geel, oranje en blauw dienen als waarschuwingssignaal voor roofdieren. Dit heet aposematisme: de kleur zegt als het ware “eet mij niet, dit loopt slecht af.” Dieren die eenmaal een giftige kikker hebben geprobeerd te eten, leren snel dat die kleuren gevaar betekenen.
Niet-giftige kikkers maken soms misbruik van dit systeem. Ze kopiëren de kleuren van giftige soorten zonder zelf gif te bezitten. Daarmee profiteren ze van de reputatie van hun giftige familieleden.
Is een giftige kikker gevaarlijk als huisdier?
Pijlgifkikkers worden in gevangenschap gehouden als terrariumdier. Omdat ze in gevangenschap ander voedsel krijgen dan in het wild, bouwen ze hun gif niet meer op. Na een paar generaties zijn in gevangenschap gekweekte exemplaren praktisch onschadelijk. Toch is het verstandig om ze niet met blote handen aan te raken, zeker als je kleine wondje of sneetjes hebt. Wilde exemplaren zijn wél gevaarlijk en mogen bovendien in veel landen niet zomaar worden meegenomen of gehouden.
Giftige kikkers zijn fascinerende dieren, maar verdienen respect. Of je ze nu in het wild tegenkomt of in een terrarium ziet, de vuistregel is simpel: kleurrijke kikkers met felle tinten kun je beter niet aanraken, tenzij je zeker weet met welke soort je te maken hebt.





